articles
buy sex toys online
book store
book storebuy sex toysmen sex toys
 
 
 
Cosmicus College  
0 reacties
Speech: HOEZO WERELDBURGERSCHAP?
Henk Strietman 2007-09-19

We kunnen er niet omheen en dat willen we ook niet, het is de actualiteit die ons wereldbeeld bepaalt. Ook als de dagen voorbij gaan als schaduwen in de nacht, doen we er goed aan om die als verhalen vast te houden. Die van het ongeloof en het verdriet in Istanbul. Ik kende de man niet, Hrant Dink, maar juist nu is hij ook voor mij gaan spreken. Zoals hij schreef: ‘Ik voel me rusteloos als een duif, een beetje bang misschien, maar wel vrij’. Als een duif, symbool van argeloze vrede, van geestkracht, van onschuld. Als we dat beeld tot ons laten doordringen, wat zijn ‘tolerantie’ en ‘respect’ dan ineens sleetse, obligate begrippen geworden. Alsof we er buiten de werkelijkheid mee staan, en hoe nu verder?


Hoezo Cosmicus, wereldburgerschap? Omdat wij mensen nodig hebben die leren samenleven, die bruggen bouwen, die voorop lopen in vrede. Die de waarden van de geest nog net iets hoger achten dan die van de materie. Die openstaan voor het leven en daar vreugde in scheppen; die verhalen vertellen, wanhoop bestrijden. Die tegen alle achterdocht in werken aan vertrouwen. Die inzien dat opvoeding en onderwijs een bondgenootschap vergt tussen de school en de ouders, ze kunnen niet zonder elkaar. Daarvoor is Cosmicus een uitdagend vormingsconcept, om op een Nederlandse school op een nieuwe manier verbindingen te zoeken. Zoals hier, in het verband van LMC. Niet zwartwit, niet grijs, maar eigen.


Laten we een voorbeeld nemen van hoe het misschien wel is, maar niet zou moeten zijn. In zijn boek ‘Een schitterend gebrek’ uit 2003 wijdt Arthur Japin een scherpe passage aan de zogenaamde Hollandse ‘openheid’ in de 18e eeuw: ‘(Het) duurde (…) even voor ik doorzag wat de Hollanders zelf allang wisten, dat tolerantie iets anders is dan acceptatie, ja eerder het tegenovergestelde, en dat zulke verdraagzaamheid tegelijk een slim middel tot onderdrukking is. (…) Door iemand te laten weten dat je hem verdraagt, suggereer je dat hij eigenlijk een last is (…). Onder tolerantie schuilt dreiging: de stemming kan ieder moment omslaan. (…) Ik vermoed dat dit de werkelijke reden is dat Hollanders zo dol zijn op (…)  eigenzinnigheid.’


Maar genoeg nu over wat het niet moet wezen, vandaag weten we beter, proberen we tenminste beter te luisteren, het anders te doen. ‘Als niemand luistert naar iemand, vallen er doden in plaats van woorden’ (Jana Beranova). Vandaag mobiliseren we de kracht van de verbeelding in de kwetsbare taal van de hoop. We zeggen ‘ja’ en maken dat niet meten ongedaan met het gereserveerde ‘maar’. Wie vertrouwen vraagt, geeft dat ook. Wie werk maakt van wereldburgerschap, doet aan wat in de christelijk sociale traditie wel genoemd is ‘inclusief denken’ (F. Boerwinkel). De ander bestaat, met alle verschil, als een deel van onszelf. Wij spreken elkaar in vrijheid aan op het geven van het goede voorbeeld.


De Amerikaanse cultuurhistoricus James Kennedy, thans hoogleraar te Amsterdam, ziet burgerschapsvorming als het geschikt maken van leerlingen voor het publieke leven. Niet door indoctrinatie, maar door de ontwikkeling van morele verbeelding, om meer te denken, meer te doen en ook meer lief te hebben. Ook hij stelt hoop centraal, we kunnen niet zonder, het is de drijvende kracht achter engagement en democratie. Ook al hebben we de neiging om te ontkennen dat we een nationale identiteit hebben, ‘moed moet’, aldus Kennedy.  Een onderwijs zonder ethiek en idealen vervalt in de burgerlijkheid van overigens ten onrechte versmade spruitjes. Lef en laf scheelt slechts één letter, vormt toch een wereld van verschil. 
 
 
Hoezo wereldburgerschap, als er nog zoveel dicht bij huis valt waar te maken? We mondialiseren en globaliseren ons een ongeluk! En toch, want we geven ons rekenschap van een perspectief. We komen ergens vandaan, we ontmoeten anderen, we gaan ergens heen. We verbinden eerbied voor het verleden, liefde voor het heden en hoop op een rechtvaardige toekomst. We doen dat met geloof, met ontzag en met verantwoordelijkheid voor mens en natuur. Dat zijn wereldwijde begrippen, om aan te beginnen in dit land, vandaag hier in deze stad, op deze school, proeftuin en oefenplaats van democratisch samenleven. Niet omdat alles mag want zo zijn onze manieren, maar met een open oog, in die zin zonder grenzen.


De school, ook deze school, vormt een gemeenschap, verbonden in een gemeenschappelijke missie, een profiel van waarden, een identiteit. Dat gebeurt persoonlijk en dynamisch, we zijn zelf in het geding. De school is niet meer zomaar als voorheen van de ouders, maar staat wel naast hen, spreekt hen aan en laat zich door hen aanspreken, als partner in opvoeding en vorming. Scholen hebben daarover met elkaar contact zoals leerkrachten en leerlingen, en weten daarbij hun wijk, hun buurt, hun kerk en hun moskee te betrekken. Burgerschap begint met het goede gesprek, met gelijkwaardigheid ondanks alle verschil, met de vrijheid om je mening te uiten, om God, Allah of JHWH te dienen, om dit onderwijs te doen, niet exclusief.


In een land met zo’n grote verscheidenheid aan mensen en opvattingen, vormt het recht op een eigen identiteit, met respect voor de ander, de grondslag van wat we plechtig onze rechtstaat noemen. ‘Samenwerking, begrip en  kennis van onze geschiedenis en cultuur zijn bindende krachten in onze maatschappij’ (Koningin Beatrix). En dat vergt moed, niet om te kiezen waar we bang voor zijn, maar waar we voor willen leven (P. H. Donner). Het is niet óf religieus fundamentalisme óf radicaal secularisme, er is een tussenweg (W. van der Burg). Soms moeten we gewoon onze bril afzetten en anders leren kijken. ‘Weg met de angst, kies voor de hoop’ (J. Cohen). Er is een wij en er is een zij, en er is iets samen, heel dichtbij.


Recent baarde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid opzien met een dik rapport over de door sommigen onderhand weggedachte, maar niettemin onmiskenbare rol van religie in onze samenleving. Een vorig advies van deze WRR loog er ook niet om. Het verlegde de aandacht van wat we ooit van de overheid belangrijk vonden, het verzekeren en verzorgen van zijn burgers, naar wat nú de opdracht is: te verheffen en te verbinden…! De Raad herinnert ons aan het vermogen om onze samenleving beter te maken. Nederigheid ten aanzien van een hoger doel, werkt beter dan de vernedering van anderen omdat ze anders zijn.                Wereldburgerschap begint dichtbij, is samenleven, betreft jou en mij.


Onze kracht is ons gezond verstand, ons doen en laten, en onze taal, de woorden die wij kiezen; voor, niet tegen. In termen van het debat over multiculturaliteit gaat het om ‘meer toekomst voor minder-heden’. In de traditie waar ik uit kom en voor sta, zeggen we dat het er  om gaat te zijn als ‘kinderen van één Vader’. Aan het slot gekomen moet ik denken aan een boek van Yasar Kemal, een roman over Istanbul, waarin drie jongens vogels vangen om deze te verkopen aan vrome bezoekers van de moskee. Die laten ze dan weer vliegen onder het motto: ‘Ik laat je vrij, ik laat je vrij, denk bij de hemelpoort aan mij’. Misschien is het beter om te eindigen met de betekenis van het beeld aan het begin: Duif, kom naar mijn toren…


Bilthoven / Rotterdam, Henk Strietman.

 
  Beoordeel artikel Reageer op artikel