articles
buy sex toys online
book store
book storebuy sex toysmen sex toys
 
 
 
Onderwijs  
0 reacties
Streven naar gezamenlijkheid op de gemengde school
Peter Gramberg en Kathleen Torrance 2007-09-19

De grens tussen “zwarte” en “witte” scholen is weliswaar moeilijk te slechten, maar toch neemt het aantal scholen met een gemengde multiculturele leerlingenpopulatie toe. Deze scholen staan voor een belangrijke opgave: ze moeten een gemeenschap vormen waarmee leerlingen, ouders en leraren van verschillende etniciteiten en culturele en levensbeschouwelijke achtergronden zich kunnen identificeren. 


In het in maart 2007 gepubliceerde advies De verbindende schoolcultuur geeft de Onderwijsraad ideeën om deze verbindende schoolcultuur te bereiken. De Onderwijsraad portretteerde voor dit advies verschillende multiculturele scholen (met name in het voortgezet onderwijs, maar ook in andere sectoren) en stuitte daarbij op drie routes die deze scholen hanteren en die we in dit artikel bespreken. Vooralsnog is niet duidelijk of de ene route beter is dan de andere. Wel kent elke route zijn mogelijkheden en beperkingen.  


Wat is eigenlijk een goede schoolcultuur? Schoolleiders, leraren en leerlingen denken daar eensgezind over. Een prettige en veilige sfeer, een school waar mensen graag naar toe gaan, een cultuur waarin leerlingen gemotiveerd worden hun talenten te ontwikkelen. De doelen zijn dus hetzelfde, maar de route erheen verschilt. We onderscheiden aan de hand van de onderzochte scholen drie routes, die veel scholen in meerdere of mindere mate zullen herkennen. Route A gaat uit van convergentie. Scholen met dit profiel streven gezamenlijkheid na door ”het Nederlanderschap” en de individuele kenmerken van de leerling voorop te stellen. Dergelijke scholen gaan ervan uit dat zij etniciteit het beste als irrelevant kunnen beschouwen om ervoor te zorgen dat iedereen gelijk, als individu, behandeld wordt. Het ontwikkelen van talenten moet niet belemmerd worden door teveel rekening te houden met de culturele achtergrond. Elke leerling moet zich immers in de Nederlandse context ontwikkelen. Niet de herkomst of de etniciteit van de leerling, maar de gezamenlijke toekomst is het uitgangspunt. Vandaar dat de raad spreekt over convergentie: leerlingen groeien naar elkaar toe. Op deze scholen is er geen specifieke aandacht voor religieuze feestdagen en zijn er geen gebedsruimten. In het schoolbeleid wordt niet aangehaakt bij culturele gebeurtenissen die verbonden zijn aan een specifieke etnische groep. Schoolfeesten en rituelen worden ‘neutraal’ ingevuld. Wanneer leerlingen zich willen groeperen naar etnische afkomst belemmert de school dat niet, maar het is ook niet iets dat de school via beleid extra wil stimuleren. 


Diversiteit voorop

Bij scholen van het type route B staat de diversiteit van de schoolbevolking juist centraal. Deze scholen vinden het van belang dat de culturele achtergrond van leerlingen niet wordt verloochend en moedigen hen aan hun etnische en culturele achtergrond te laten zien. Deze scholen profileren zich bijvoorbeeld als ‘wereldschool’ of als een school als mengkroes of verzamelplaats van culturen, zonder één daarvan tot uitgangspunt van de visie te maken. De visie van deze scholen is juist dat de pluriformiteit en waarde van elke geloofsbeleving en cultuur erkend wordt. Scholen houden rekening met diversiteit door in de kantines gevarieerd (ook halal) voedsel aan te bieden, de schoolregels in meerdere talen op te stellen en succesvolle allochtone acteurs en artiesten uit te nodigen. Ook in het curriculum wordt rekening gehouden met de schoolpopulatie. Er is meestal extra aandacht voor de rol van taal binnen vakken. Soms is er de mogelijkheid om de taal van een deel van de leerlingen aan te leren en daar examen in te doen.

De route C scholen hanteren de eigen (christelijke) identiteit van hun school als uitgangspunt en zoeken vanuit die inspiratie naar aanknopingspunten met andere religies en culturen. Bij het vieren van christelijke feestdagen wordt ook aandacht besteed aan vieringen in andere religies. Op één school troffen we een vitrine met symbolen uit alle wereldreligies. Leerlingen leren dat ook in een andere levensbeschouwing of godsdienst elementen zitten die in wezen lijken op wat hun eigen overtuiging uitdraagt. 


Overheid kan interreligieus of kosmopolitisch profiel bevorderen

In eerste instantie is het werken aan een succesvolle schoolcultuur een taak van de scholen zelf. Zij moeten immers een route kiezen die past bij hun visie en identiteit en hun ideeën over burgerschap. Maar de overheid kan scholen hierin stimuleren en ondersteunen. De raad doet dan ook een aantal aanbevelingen voor de (landelijke) overheid. Zo kan de Onderwijsinspectie toezien op de manier waarop scholen invulling geven aan hun schoolcultuur door dit punt mee te nemen bij de Wet op actief burgerschap en sociale cohesie. Ook is het van belang dat multiculturele scholen zich verder kunnen ontwikkelen tot een profielschool levensbeschouwing en godsdienst. De minister zou een project kunnen opzetten waarin scholen ervaring kunnen opdoen met het ontwikkelen van een (inter)religieus profiel zoals sommige scholen momenteel werken met een sport- of cultuurprofiel. Zowel openbare als bijzondere scholen kunnen dit levensbeschouwelijke profiel hebben, al zal de uitwerking in de praktijk er vermoedelijk anders uitzien. Een kosmopolitisch profiel behoort ook tot de mogelijkheden. Tot nu toe wordt de koppeling internationalisering en interculturalisering nauwelijks gemaakt. De huidige internationale scholen richten zich veelal op kinderen van hoog opgeleide (buitenlandse) werknemers die tijdelijk in Nederland wonen. De raad denkt dat een deel van de aanpak van internationale scholen heel interessant voor multiculturele scholen kan zijn, zoals veel . aandacht voor internationale kennis en ontwikkelingen, vreemde talen en internationale economie en recht. De minister zou een beperkt aantal multiculturele scholen kunnen toestaan het Internationaal Baccalaureaat te mogen verzorgen. Tenslotte is het een goed idee om te inventariseren hoeveel lerarenopleidingen programma’s aanbieden die mede gericht zijn op het werken op een multiculturele school. Indien nodig kan de minister dan afspraken maken met lerarenopleidingen over de verdere ontwikkeling van deze programma’s. Een aantal bestaande (onderwijs)organisaties kan aangewezen worden als expertisecentrum rondom het thema multicultureel leren om zo ervaringen en kennis te delen en te verspreiden, juist ook naar niet-gemengde scholen. Want dat is waar de Onderwijsraad voor pleit: dat elke school, multicultureel of niet, zijn leerlingen voorbereidt op de multiculturele werkelijkheid van nu en morgen. 


Peter Gramberg en Kathleen Torrance zijn werkzaam bij de Onderwijsraad. Het advies “De verbindende schoolcultuur” staat op www.onderwijsraad.nl. Stichting Cosmicus is bij de totstandkoming van het advies betrokken geweest.

 
  Beoordeel artikel Reageer op artikel